HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Points) klinkt bureaucratisch, maar komt in de praktijk neer op een paar simpele gewoontes die voedselvergiftiging voorkomen. In een professionele keuken zijn die gewoontes vastgelegd in regels. Thuis is het even belangrijk, vooral als je voor anderen kookt.

Het idee achter HACCP is eenvoudig: bedenk waar het mis kan gaan, bepaal de momenten waarop je het kunt controleren en houd je daaraan. De risico’s zijn vooral bacteriën, die zich bij de verkeerde temperatuur razendsnel vermenigvuldigen, en vervuiling vanuit rauwe producten.

Wat hieronder staat, zijn algemene richtlijnen voor de thuiskeuken. Voor een bedrijf gelden de voorschriften van de Hygiënecode voor jouw branche en de eisen van de toezichthouder.

De belangrijkste temperatuurzones

ZoneTemperatuurWat betekent het?
Koelkastonder de 7 °C, bij voorkeur rond 4 °Cbacteriën groeien langzaam
Diepvries-18 °C of kouderbacteriën groeien niet, maar sterven niet
Warmhoudenboven de 60 °Cbacteriën groeien niet of nauwelijks
Gevarenzonetussen 7 °C en 60 °Cbacteriën vermenigvuldigen zich het snelst
Kerntemperatuur gevogelteminimaal 75 °C, gemeten in het dikste deeldoodt de meeste ziektekiemen
Kerntemperatuur gehakt en gevuld vleeseveneens minimaal 75 °Cbacteriën van het oppervlak kunnen door het hele product verspreid zijn

Je ziet in sommige bronnen ook 72 °C, of 70 °C gedurende twee minuten. Die geven hetzelfde resultaat. Op deze site rekenen we met 75 °C in de kern, omdat dat de eenvoudigste vuistregel is en je een kleine marge houdt.

Houd koud wat koud hoort, en warm wat warm hoort. Het gevaarlijke gebied zit er tussenin.

Kruisbesmetting voorkomen

Kruisbesmetting is het overbrengen van bacteriën van rauwe producten naar producten die niet meer worden verhit. Het is een van de meest voorkomende oorzaken van voedselvergiftiging.

  • Gebruik gescheiden snijplanken voor rauw vlees/vis en voor groente die rauw gegeten wordt, zie snijplanken en kleurcodes.
  • Was je handen na het aanraken van rauw vlees, vis of ei vóórdat je iets anders aanraakt.
  • Bewaar rauw vlees en vis onderin de koelkast, zodat er niets op andere producten kan druppelen.
  • Gebruik voor gegaard vlees nooit hetzelfde bord of dezelfde tang als voor rauw.
  • Was messen en werkblad na rauw vlees met heet water en afwasmiddel.

Persoonlijke hygiëne

Handen zijn de belangrijkste overbrenger van bacteriën. Was ze goed:

  1. Maak je handen nat met warm water en gebruik zeep.
  2. Wrijf minstens 20 seconden, ook tussen je vingers, onder je nagels en op de duimen.
  3. Spoel goed af.
  4. Droog je handen met een schone doek of papieren handdoek.

Was je handen voordat je gaat koken, na toiletbezoek, na het aanraken van rauw vlees, vis of ei, na het afval weggooien en na het niezen of snuiten. Kook niet voor anderen als je buikklachten, braken of diarree hebt. Dek wonden af met een schone, waterdichte pleister.

Schoonmaken en ontsmetten

Schoonmaken haalt vuil weg, ontsmetten doodt bacteriën. Je hebt beide nodig, in die volgorde. Reinig oppervlakken eerst met warm water en afwasmiddel, spoel ze af en laat ze drogen. Gebruik schone doeken en vervang ze vaak: een vochtige vaatdoek is een broedplaats voor bacteriën. In de vaatwasser of op 60 °C wassen is een goede manier om ze te reinigen.

Bewaren en ontdooien

  • Zet verse producten binnen twee uur na aankoop of bereiding in de koelkast.
  • Laat gerechten niet langer dan twee uur op kamertemperatuur staan.
  • Koel restjes snel af, bij voorkeur binnen één tot twee uur tot onder de 7 °C, en eet ze binnen twee dagen op.
  • Verwarm restjes tot minstens 75 °C en alleen één keer.
  • Ontdooi in de koelkast, niet op het aanrecht.
  • Vries ontdooid vlees niet opnieuw in, tenzij je het eerst gaar maakt.

Rijst vraagt extra aandacht. Gekookte rijst die lang warm staat, kan bacteriën laten groeien die een gifstof maken. Koel rijst snel af en bewaar hem in de koelkast.

Houdbaarheidsdata

DatumBetekenis
Ten minste houdbaar tot (THT)kwaliteit: na deze datum kan het product minder lekker zijn, maar is vaak nog veilig
Te gebruiken tot (TGT)veiligheid: na deze datum niet meer eten

Gebruik de regel first in, first out: wat het eerst is gekocht, wordt het eerst opgemaakt.

Allergenen

Wie voor anderen kookt, doet er goed aan bij te houden welke van de veertien wettelijke allergenen in een gerecht zitten, juist bij sauzen en fonds zit een allergeen vaak verstopt in een bouillon of bindmiddel.

De veertien allergenen zijn: gluten, schaaldieren, eieren, vis, pinda’s, soja, melk, noten, selderij, mosterd, sesamzaad, sulfiet, lupine en weekdieren.

  • Lees etiketten, ook van producten die je vaak koopt, want recepturen veranderen.
  • Gebruik voor een gast met een allergie schoon gereedschap en een schone plank.
  • Maak duidelijk wat er in een gerecht zit.
  • Weet je het niet zeker, zeg het dan eerlijk.

HACCP stap voor stap

  1. Bepaal de gevaren: bijvoorbeeld bacteriën in rauwe kip.
  2. Bepaal de kritische punten: bijvoorbeeld de kerntemperatuur bij het garen.
  3. Stel grenzen vast: bijvoorbeeld minimaal 75 °C.
  4. Controleer: meet met een thermometer.
  5. Herstel: gaar langer als de temperatuur te laag is.
  6. Leg vast: bijvoorbeeld in een logboek, in een professionele keuken.
  7. Controleer het systeem regelmatig.

De meest gemaakte fouten

Je meet de kerntemperatuur niet

Zonder meting weet je niet of het vlees gaar is.

Oplossing: gebruik een kernthermometer en meet in het dikste deel.

Je gebruikt dezelfde plank

Bacteriën van rauw vlees komen op groente.

Oplossing: gebruik gescheiden planken.

Je laat eten te lang buiten de koelkast

Bacteriën vermenigvuldigen zich in de gevarenzone.

Oplossing: zet het binnen twee uur terug in de koelkast.

Je wast je handen niet

Handen verspreiden bacteriën naar alles wat je aanraakt.

Oplossing: was ze minstens 20 seconden.

Je ontdooit op het aanrecht

De buitenkant komt in de gevarenzone terwijl de kern nog bevroren is.

Oplossing: ontdooi in de koelkast.

Oefenen met een checklist

  • Staat de koelkast op 7 °C of lager?
  • Zijn mijn handen gewassen?
  • Hebben rauw vlees en groente aparte planken?
  • Heb ik een thermometer bij de hand?
  • Weet ik welke allergenen in het gerecht zitten?
  • Staan restjes binnen twee uur in de koelkast?

Loop deze lijst voor je gaat koken door. Na een paar keer is het een gewoonte.

Veelgestelde vragen

Hoe warm moet kip zijn?

In de kern minimaal 75 °C, gemeten in het dikste deel. Sommige bronnen noemen 70 °C gedurende twee minuten als gelijkwaardig. 75 °C is de eenvoudigste vuistregel.

Hoe lang kan ik restjes bewaren?

In de koelkast ongeveer twee dagen, goed afgedekt. Verwarm ze tot minstens 75 °C.

Mag ik rauw ei gebruiken?

Verse eieren zijn meestal veilig, maar zwangeren, ouderen en kleine kinderen kunnen beter gepasteuriseerd ei kiezen. Gebruik rauw ei bij voorkeur snel en bewaar gerechten gekoeld. Hetzelfde geldt voor eieren met een lopende dooier, zoals een gepocheerd of zacht gekookt ei: de dooier is dan niet helemaal doorverhit.

Moet ik vlees wassen?

Nee. Spoelen verspreidt bacteriën over het aanrecht. Dep het droog met keukenpapier.

Wat doe ik als ik twijfel?

Gooi het weg. Een paar euro voedsel is minder erg dan voedselvergiftiging.

Hygiëne in één oogopslag

  • Koelkast onder 7 °C, vriezer -18 °C, warmhouden boven 60 °C.
  • De gevarenzone ligt tussen 7 en 60 °C.
  • Gaar gevogelte en gehakt tot minstens 75 °C in de kern.
  • Voorkom kruisbesmetting met gescheiden planken.
  • Was je handen minstens 20 seconden.
  • Koel restjes snel en eet ze binnen twee dagen.
  • Houd allergenen bij.

Onthoud dit

Voedselveiligheid draait niet om angst. Het draait om gewoontes: de juiste temperaturen, schone handen en planken, en een thermometer binnen handbereik. Wie die gewoontes heeft, kan zorgeloos koken voor anderen.