Duurzaamheid en calculatie: slim omgaan met ingrediënten én kosten

Duurzaam koken klinkt soms alsof je vooral andere producten moet kopen. Maar in de keuken begint duurzaamheid vaak veel eenvoudiger: koop niet meer dan je nodig hebt, gebruik zoveel mogelijk van wat je koopt en weet wat een gerecht werkelijk kost.

Dat laatste is misschien minder spannend dan een mooie saus of een goed stuk vlees, maar het hoort wel bij goed koken.

Want als je € 3 aan ingrediënten koopt en daarvan uiteindelijk maar de helft gebruikt, betaal je niet alleen voor wat er op je bord komt. Je betaalt ook voor wat in de afvalbak verdwijnt.

Duurzaamheid en calculatie hebben daarom meer met elkaar te maken dan je misschien denkt.

Wat betekent duurzaamheid in de keuken?

Duurzaam koken betekent niet dat ieder ingrediënt biologisch, lokaal of verpakkingsvrij moet zijn.

Het gaat om het maken van bewuste keuzes waarbij je zo weinig mogelijk grondstoffen verloren laat gaan.

Denk aan:

  • niet meer inkopen dan je nodig hebt;
  • voedsel op de juiste manier bewaren;
  • restjes opnieuw gebruiken;
  • zoveel mogelijk eetbare delen benutten;
  • rekening houden met seizoen en beschikbaarheid;
  • kritisch kijken naar verpakkingen;
  • gerechten zo plannen dat ingrediënten in meerdere bereidingen terugkomen.

Vooral voedselverspilling voorkomen heeft veel effect. In Nederland wordt jaarlijks gemiddeld ruim 25 kilo eetbaar voedsel per persoon weggegooid. Dat voedsel heeft al grondstoffen, energie, transport en geld gekost voordat het in de afvalbak belandt.

Duurzaam koken begint dus niet pas bij de keuze in de supermarkt. Het begint al bij je recept.


Wat is calculatie?

Met calculatie bereken je wat een gerecht werkelijk kost.

Dat kan heel eenvoudig zijn. Stel dat je voor een gerecht de volgende ingrediënten gebruikt:

IngrediëntKosten
Aardappelen€ 0,80
Wortel€ 0,35
Ui€ 0,20
Room€ 0,60
Kruiden€ 0,15
Totaal€ 2,10

Maak je hiermee vier porties, dan kost het gerecht op basis van deze ingrediënten:

€ 2,10 ÷ 4 = € 0,53 per portie

Dat lijkt eenvoudig, en dat is het ook.

Maar een goede calculatie gaat verder dan alleen de prijs op het boodschappenbonnetje.


Inkoopprijs is niet hetzelfde als de prijs die je gebruikt

Hier gaat het in de keuken vaak mis.

Stel dat je een zak wortels van 1 kilo koopt voor € 2,00.

Je gebruikt voor je recept 400 gram.

Dan kun je niet zomaar € 2,00 als kosten van je recept rekenen.

Als je de overige 600 gram ook daadwerkelijk voor andere gerechten gebruikt, moet je alleen de gebruikte hoeveelheid aan het recept toerekenen.

In dit voorbeeld:

€ 2,00 ÷ 1.000 gram = € 0,002 per gram

Voor 400 gram:

400 × € 0,002 = € 0,80

De ingrediëntenkosten van dit recept zijn dus € 0,80.

Dat lijkt een klein verschil, maar bij tientallen of honderden gerechten loopt zo’n fout snel op.


Houd rekening met snijverlies

Niet alles wat je koopt, eindigt op je bord.

Van een bloemkool verwijder je bijvoorbeeld bladeren en een deel van de stronk. Van een prei snijd je het worteluiteinde en soms een deel van het groene gedeelte af. Bij vlees en vis kan sprake zijn van snijverlies of verwijderde delen.

Daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen:

Inkoopgewicht
Wat je daadwerkelijk koopt.

Schoon gewicht
Wat overblijft nadat je het product hebt schoongemaakt.

Verwerkbaar gewicht
Het deel dat je daadwerkelijk in je gerecht gebruikt.

Dat verschil noemen we vaak het rendement van een product.

En precies daar wordt duurzaamheid interessant.


Afval is niet altijd afval

Een afgesneden deel van een product is niet automatisch waardeloos.

De stronk van broccoli kan bijvoorbeeld worden geschild en meegegeten. Het groene gedeelte van prei kan in een soep of bouillon. Groenteresten kunnen worden gebruikt voor een fond of bouillon, zolang ze schoon en geschikt voor consumptie zijn.

Ook het Voedingscentrum noemt het benutten van bijvoorbeeld broccolistronk, preigroen en schillen van bepaalde groenten als manier om meer van een product te gebruiken.

Dat betekent niet dat je alles moet bewaren.

Het gaat erom dat je leert kijken:

Kan ik dit nog gebruiken, of is het echt afval?

Dat is een veel nuttigere vraag dan simpelweg proberen zo weinig mogelijk weg te gooien.


Van groenterest naar bouillon

Een mooi voorbeeld is een groentefond.

Tijdens het koken houd je misschien kleine stukjes wortel, prei, ui, bleekselderij of kruidenstelen over. Als die schoon en geschikt voor gebruik zijn, kun je ze verzamelen en later gebruiken voor een bouillon.

Je kunt ze bijvoorbeeld in een afgesloten bak of zak in de vriezer bewaren.

Wanneer je genoeg hebt verzameld, kun je er een basisbouillon van maken.

Zo krijgt een reststroom een nieuwe functie.

Maar let op: bewaar alleen resten die nog veilig en geschikt zijn om te eten. Een product dat bedorven is, hoort niet alsnog in een bouillon.


Calculeren begint bij je recept

Een goede receptcalculatie begint eigenlijk al voordat je gaat koken.

Noteer per ingrediënt:

IngrediëntHoeveelheidInkoopprijsKosten recept
Ui150 g€ 1,50/kg€ 0,23
Wortel300 g€ 2,00/kg€ 0,60
Aardappel600 g€ 1,80/kg€ 1,08
Room200 ml€ 3,00/l€ 0,60
Kruiden——€ 0,20
Totaal€ 2,71

Maak je vier porties, dan:

€ 2,71 ÷ 4 = € 0,68 per portie

Dat is de ingrediëntenkostprijs van het gerecht.


Wat is foodcost?

De term foodcost kom je vooral tegen in de professionele keuken.

Foodcost kijkt naar de verhouding tussen de kosten van de ingrediënten en de verkoopprijs van het gerecht.

De basisformule is:

Foodcostpercentage = ingrediëntenkosten ÷ verkoopprijs × 100

Stel:

  • ingrediëntenkosten: € 4,00
  • verkoopprijs: € 16,00

Dan:

€ 4 ÷ € 16 × 100 = 25%

De foodcost bedraagt in dit voorbeeld dus 25%.

Dat betekent niet dat een restaurant bij € 16 verkoopprijs € 12 winst maakt.

Daar moeten namelijk nog allerlei andere kosten vanaf.


Foodcost is niet hetzelfde als winst

Dit is een belangrijk onderscheid.

Bij een gerecht kunnen bijvoorbeeld ook kosten horen voor:

  • personeel;
  • energie;
  • huur;
  • apparatuur;
  • schoonmaak;
  • verpakking;
  • transport;
  • afschrijving;
  • administratie;
  • belastingen;
  • verspilling.

Daarom is de foodcost slechts één onderdeel van de totale bedrijfskosten.

Je kunt het eenvoudig zo zien:

Verkoopprijs
↓
ingrediëntenkosten = foodcost
↓
overige bedrijfskosten
↓
wat uiteindelijk overblijft

Een gerecht met een lage foodcost is dus niet automatisch een winstgevend gerecht.


Wat is dan de kostprijs?

De kostprijs is een breder begrip.

Als je bijvoorbeeld thuis een taart bakt, kun je alleen naar de ingrediënten kijken.

Maar als je die taart bedrijfsmatig maakt, kunnen ook arbeid, energie, verpakking en andere kosten worden meegenomen.

Je krijgt dan bijvoorbeeld:

KostenBedrag
Ingrediënten€ 8,00
Verpakking€ 1,00
Energie€ 0,50
Arbeid€ 5,00
Overige kosten€ 1,50
Totale kostprijs€ 16,00

De berekening wordt daarmee veel realistischer.


Waarom portiegrootte belangrijk is

Een recept kan op papier goedkoop lijken, maar dat zegt weinig wanneer je niet weet hoeveel porties je eruit haalt.

Stel:

Totale ingrediëntenkosten: € 12

Bij vier porties:

€ 12 ÷ 4 = € 3 per portie

Maar bij zes porties:

€ 12 ÷ 6 = € 2 per portie

Daarom moet een recept altijd duidelijk maken voor hoeveel personen of porties het bedoeld is.

Ook thuis is dat handig.

Kook je structureel voor twee personen, dan kan een recept voor vier personen ervoor zorgen dat je onnodig veel eten maakt. Soms is extra koken juist handig wanneer je de rest goed kunt bewaren of invriezen. Het Voedingscentrum adviseert bijvoorbeeld om bewust voor meerdere dagen te koken wanneer dat helpt om verspilling te voorkomen.


Duurzaam inkopen: kijk verder dan alleen de prijs

De goedkoopste keuze is niet automatisch de meest duurzame keuze.

Maar het omgekeerde geldt ook: een duurder product is niet automatisch duurzamer.

Bij groenten en fruit spelen onder andere seizoen, teeltwijze, herkomst, transport, verpakking en bewaarmethode een rol. Milieu Centraal benadrukt daarbij dat bijvoorbeeld lokaal niet automatisch milieuvriendelijker is. De totale milieubelasting hangt van meerdere factoren af.

Daarom is het verstandiger om niet met één simpele regel te werken.

Kijk naar het hele plaatje.


Seizoensproducten

Koken met producten van het seizoen kan verschillende voordelen hebben.

Seizoensgroenten zijn vaak goed verkrijgbaar en kunnen voordelig zijn. Bovendien zorgt koken met het seizoen voor meer afwisseling in je menu.

Denk in de winter bijvoorbeeld aan:

  • kool;
  • knolselderij;
  • winterpeen;
  • prei;
  • spruitjes.

En in de zomer aan:

  • courgette;
  • tomaat;
  • sperziebonen;
  • paprika;
  • verschillende bladgroenten.

Het leuke is dat duurzaamheid hier ook direct iets met koken te maken krijgt.

Als je met het seizoen meekookt, verander je vanzelf vaker van ingrediënten en recepten.


Koop wat je daadwerkelijk gebruikt

Een van de eenvoudigste manieren om verspilling te voorkomen is ook een van de effectiefste:

kijk eerst wat je al hebt.

Voordat je boodschappen doet:

  1. Controleer koelkast, vriezer en voorraadkast.
  2. Kijk welke producten binnenkort op moeten.
  3. Bedenk gerechten waarin je deze producten kunt gebruiken.
  4. Maak daarna pas je boodschappenlijst.
  5. Koop verse producten zo veel mogelijk passend bij je planning.

Milieu Centraal adviseert precies die aanpak: eerst kijken wat er nog in huis is en vervolgens de boodschappen afstemmen op de planning.

Zo voorkom je dat je boodschappen doet voor een recept terwijl hetzelfde ingrediënt al achter in de koelkast ligt.


Restjes zijn geen mislukking

Een halve courgette, een paar gekookte aardappelen of wat rijst van gisteren hoeft geen probleem te zijn.

Zie het als een nieuw ingrediënt.

Een restje groente kan bijvoorbeeld terechtkomen in:

  • een omelet;
  • soep;
  • pasta;
  • nasi;
  • een roerbakgerecht;
  • een salade;
  • een saus.

Het Voedingscentrum adviseert ook om restjes als uitgangspunt voor een nieuwe maaltijd te gebruiken.

Een goede kok kijkt dus niet alleen naar het recept dat vandaag op het menu staat, maar ook naar wat morgen nog bruikbaar is.


Bewaren hoort bij duurzaam koken

Duurzaam koken houdt niet op wanneer het eten uit de pan komt.

Goed bewaren is minstens zo belangrijk.

Bereide restjes moeten snel worden afgekoeld en afgesloten in de koelkast of vriezer worden gezet. Het Voedingscentrum adviseert voor veel maaltijdrestjes maximaal twee dagen in de koelkast en ongeveer drie maanden in de vriezer.

Een simpel systeem helpt:

Koken → afkoelen → portioneren → dateren → bewaren

Zo weet je wat er nog ligt en voorkom je dat een bakje wekenlang achter in de koelkast blijft staan.


Duurzaamheid begint ook bij de menukaart

Wanneer je meerdere gerechten maakt, kun je ingrediënten slim over verschillende gerechten verdelen.

Stel dat je voor drie gerechten wortel nodig hebt.

In plaats van voor ieder gerecht afzonderlijk een kleine hoeveelheid te kopen, kun je één grotere hoeveelheid inkopen en plannen hoe je die gebruikt.

Bijvoorbeeld:

Maandag: wortel in soep
Dinsdag: geroosterde wortel als bijgerecht
Woensdag: wortel in een stoofgerecht

Zo gebruik je een ingrediënt volledig en hoef je minder verschillende kleine verpakkingen te kopen.

Dit is niet alleen handig voor de portemonnee. Het maakt je keuken ook overzichtelijker.


Calculeren met verspilling

Hier komt duurzaamheid en calculatie echt bij elkaar.

Stel dat je € 10 aan groenten koopt.

Daarvan gebruik je uiteindelijk maar voor € 7 aan eetbare delen.

Dan heb je niet een recept met € 7 aan groentekosten gemaakt.

Je hebt € 10 uitgegeven om € 7 aan bruikbaar product over te houden.

De overige € 3 moet je dus niet zomaar vergeten in je berekening.

Je kunt vervolgens onderzoeken:

Kan ik die € 3 de volgende keer verminderen?

Misschien door:

  • anders te snijden;
  • een ander productformaat te kopen;
  • kleinere hoeveelheden in te kopen;
  • reststromen te gebruiken;
  • beter te plannen.

Dat is calculeren zoals een kok het werkelijk nodig heeft.


Een eenvoudig voorbeeld

Stel dat je een groentesoep maakt.

Je koopt:

  • 1 kg wortel voor € 2,00
  • 1 prei voor € 1,00
  • 2 uien voor € 0,60
  • bouillon voor € 0,80

Totaal:

€ 4,40

Je gebruikt alles behalve € 0,50 aan groenteresten.

Als die resten echt niet meer bruikbaar zijn, moet je voor je berekening uitgaan van de werkelijk gebruikte hoeveelheden én het rendement van je producten.

Maar als je de groenteresten gebruikt voor een volgende bouillon, verandert het verhaal.

Dan hebben die resten nog waarde.

Afval is dus niet alleen een duurzaamheidsvraagstuk. Het is ook een calculatievraagstuk.


De vijf vragen van een duurzame kok

Wanneer je een ingrediënt koopt, gebruikt of weggooit, stel jezelf dan deze vijf vragen:

1. Heb ik dit echt nodig?

Koop niet automatisch omdat een recept het voorschrijft.

2. Heb ik het al in huis?

Controleer koelkast, vriezer en voorraadkast.

3. Hoeveel heb ik werkelijk nodig?

Pas je hoeveelheid aan op het aantal eters.

4. Kan ik de rest gebruiken?

Denk aan soep, saus, bouillon, salade of een ander gerecht.

5. Wat kost dit gerecht werkelijk?

Bereken de ingrediëntenkosten per recept en per portie.

Dat zijn eenvoudige vragen, maar samen kunnen ze een groot verschil maken.


Duurzaamheid en calculatie in één overzicht

OnderwerpVraag die je jezelf stelt
InkoopWat heb ik werkelijk nodig?
PlanningWat heb ik al in huis?
PortiesVoor hoeveel mensen kook ik?
SnijverliesHoeveel van het product gebruik ik echt?
ReststromenKan ik de afgesneden delen nog gebruiken?
BewarenKan ik het overschot veilig bewaren?
ReceptkostenWat kosten alle ingrediënten samen?
PortiekostenWat kost één portie?
FoodcostHoe verhouden ingrediëntenkosten zich tot de verkoopprijs?
Totale kostprijsWelke andere kosten spelen mee?

Onthoud dit

Duurzaam koken betekent niet dat je nooit iets mag weggooien of dat ieder ingrediënt een ingewikkelde milieuberekening nodig heeft.

Het begint veel praktischer:

Koop bewust. Plan je hoeveelheden. Gebruik wat je hebt. Bewaar wat overblijft. Bereken wat je gerecht werkelijk kost.

En misschien wel het belangrijkste:

een goede calculatie begint niet aan het einde van het recept, maar bij de eerste boodschappen.

Wanneer je leert kijken naar hoeveel je koopt, hoeveel je werkelijk gebruikt en wat je met de rest kunt doen, ga je anders koken.

Je verspilt minder.

Je koopt slimmer.

En je krijgt steeds beter inzicht in wat een gerecht werkelijk kost.

Dat is duurzaamheid die je iedere dag in je eigen keuken kunt toepassen.