De laatste tijd word ik er bijna mee doodgegooid.

De HORL messenslijper.

Instagram. Facebook. Websites. Filmpjes. Overal lijkt ineens iemand met zo’n houten rolletje over het aanrecht te rollen om vervolgens moeiteloos een tomaat in flinterdunne plakjes te snijden.

En eerlijk is eerlijk: het ziet er geweldig uit.

Nu kwam die reclame bij mij ook nog eens op precies het goede moment. Mijn keukenmessen waren namelijk behoorlijk bot geworden.

Tot nu toe gebruikte ik een eenvoudige messenslijper van IKEA. Even het mes er een paar keer doorheen halen en klaar.

Tenminste, dat was de bedoeling.

Het resultaat was inmiddels niet meer wat ik wilde. De messen werden wel iets scherper, maar dat echte scherpe gevoel waarbij een mes bijna vanzelf door een tomaat glijdt, kreeg ik er niet meer mee terug.

Dus dacht ik:

Misschien moet ik het eens wat professioneler aanpakken.

En dan kom je tegenwoordig bijna automatisch bij HORL terecht.

Maar voordat ik zoveel geld aan een messenslijper wilde uitgeven, wilde ik één ding weten:

Is de HORL werkelijk zo goed, of is vooral de marketing heel erg goed?

Daarom ben ik niet alleen naar verkooppagina’s en reclamefilmpjes gaan kijken, maar vooral naar ervaringen van mensen die het apparaat daadwerkelijk gebruiken.

En uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.

Ik heb de HORL 3 Walnut HO3N-SET messenslijper van walnoothout aangeschaft.

Nu kan ik dus niet alleen kijken naar wat andere gebruikers ervan vinden, maar ook zelf ontdekken of al die reclame daadwerkelijk ergens op gebaseerd is.

Wat is een HORL eigenlijk?

Het principe is verrassend eenvoudig.

In plaats van dat je een mes uit de losse hand over een slijpsteen beweegt, zet je het mes tegen een magnetische houder. Die zorgt ervoor dat het mes onder een vaste hoek staat.

Vervolgens rol je de cilindervormige slijper langs de snede.

Aan één kant zit een diamantschijf waarmee materiaal van het mes wordt verwijderd. De andere zijde gebruik je om de snede verder af te werken.

Het slimme zit dus niet zozeer in het slijpen zelf.

Het slimme zit in de vaste slijphoek.

Bij slijpen op een traditionele wetsteen moet je zelf proberen het mes tijdens iedere beweging onder ongeveer dezelfde hoek te houden. Dat vergt oefening.

Bij de HORL neemt de magnetische houder een groot deel daarvan van je over.

En juist daarom is het systeem zo aantrekkelijk voor de thuiskok.

Waarom ik voor de HORL 3 koos

Ik wilde eigenlijk vooral van mijn eenvoudige doortrekslijper af.

Niet omdat ik ineens van plan ben professioneel messenslijper te worden, maar omdat ik mijn goede keukenmessen ook goed wil onderhouden.

Een wetsteen heb ik natuurlijk ook overwogen.

Daarmee kun je fantastische resultaten behalen en waarschijnlijk zelfs scherper slijpen dan met een HORL. Maar je moet wel leren om tijdens het slijpen consequent dezelfde hoek aan te houden.

En daar zit voor mij precies het probleem.

Ik wil koken.

Ik wil niet iedere zaterdagmiddag een verzameling wetstenen op het aanrecht leggen om vervolgens een uur lang de perfecte slijphoek te oefenen.

De HORL 3 leek daarom een mooie tussenoplossing.

Meer controle dan mijn eenvoudige IKEA-slijper, maar aanzienlijk toegankelijker dan volledig uit de losse hand slijpen op wetstenen.

Daarom heb ik uiteindelijk gekozen voor de HORL 3 Walnut HO3N-SET.

De uitvoering in walnoothout speelde eerlijk gezegd ook mee. Als zo’n ding toch regelmatig in mijn keuken ligt, mag het er wat mij betreft ook gewoon goed uitzien.

Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om één ding:

worden mijn messen er ook echt scherp van?

Wat gebruikers vooral goed vinden

Eén ding komt in vrijwel alle positieve gebruikerservaringen terug:

de HORL is gemakkelijk in gebruik.

En dat is waarschijnlijk zijn grootste kracht.

Je hoeft niet jarenlang te oefenen om een constante slijphoek te leren aanhouden. De magnetische houder doet dat voor je.

Voor gewone keukenmessen krijgen veel gebruikers daarmee een behoorlijk scherpe snede.

Dat maakt het systeem vooral aantrekkelijk wanneer je denkt:

Ik wil scherpe messen, maar ik heb geen enkele behoefte om van messenslijpen een nieuwe hobby te maken.

En daar kan ik mij behoorlijk goed in vinden.

Maar gemak is natuurlijk maar één kant van het verhaal.

Wordt een mes er écht vlijmscherp van?

Hier beginnen de gebruikerservaringen uiteen te lopen.

Veel gebruikers krijgen hun messen duidelijk scherper dan ze waren. Tomaten, uien, vlees en andere ingrediënten laten zich daarna weer veel gemakkelijker snijden.

Maar mensen die ervaring hebben met traditionele wetstenen of professionele slijpsystemen zijn vaak minder enthousiast.

Zij krijgen met andere methoden een scherpere en verfijndere snede.

Dat betekent niet dat de HORL slecht slijpt.

Het betekent vooral dat:

goed scherp en extreem scherp niet hetzelfde zijn.

Voor de gemiddelde keuken thuis is goed scherp waarschijnlijk meer dan voldoende.

Maar wanneer je verwacht dat ieder mes na een paar keer rollen scherper is dan toen het uit de fabriek kwam, kun je teleurgesteld worden.

Het probleem zit vaak bij de punt

Dit vond ik tijdens mijn zoektocht een interessante.

Een keukenmes heeft meestal geen volledig rechte snede. Richting de punt loopt het lemmet omhoog.

De HORL beweegt ondertussen horizontaal over het aanrecht.

Daardoor kan het slijpen richting de punt lastiger worden.

Gebruikers melden dat het rechte gedeelte van het mes uitstekend scherp wordt, terwijl het gebogen gedeelte richting de punt minder goed reageert.

Je techniek blijkt dus toch nog belangrijk te zijn.

En daarmee verdwijnt meteen een klein beetje van het idee:

Mes neerzetten, rollen en klaar.

Zo eenvoudig is het blijkbaar niet altijd.

Kleine messen kunnen eveneens lastig zijn

Hetzelfde geldt voor kleine keukenmessen.

Bij een groot koksmes heb je voldoende hoogte om het lemmet netjes tegen de magnetische houder te plaatsen.

Bij een klein schilmesje ligt dat anders.

Afhankelijk van de vorm en hoogte van het mes kan de geometrie ervoor zorgen dat de slijpschijf niet precies komt waar je hem wilt hebben.

Ook hiervoor bestaan technieken en oplossingen, maar opnieuw geldt:

de HORL neemt veel werk uit handen, maar niet álles.

En dan zijn er Japanse messen

Hier zou ik voorzichtig mee zijn.

Japanse keukenmessen kunnen een andere slijphoek en een andere geometrie hebben dan een doorsnee Europees keukenmes.

Wanneer een mes oorspronkelijk onder een andere hoek is geslepen en je zet het vervolgens zonder nadenken tegen een houder van 15 graden, dan slijp je niet automatisch netjes over de bestaande snede.

Je kunt bezig zijn een compleet nieuwe snede te vormen.

Dat kost tijd.

En materiaal.

Een gebruiker beschreef bijvoorbeeld hoe zijn Japanse mes na gebruik van de HORL aanvankelijk juist botter was geworden. Het probleem bleek niet zozeer de HORL zelf, maar het verschil tussen de oorspronkelijke slijphoek en de hoek waarop hij met de HORL aan het slijpen was.

Dat is belangrijke informatie die in een filmpje waarin iemand binnen twintig seconden een tomaat doorsnijdt natuurlijk een stuk minder aantrekkelijk klinkt.

Een vaste hoek maakt je nog geen messenslijper

Dit is misschien wel het belangrijkste dat ik tijdens mijn zoektocht tegenkwam.

Ook met een HORL moet je enigszins begrijpen wat je aan het doen bent.

Bij het slijpen verwijder je materiaal totdat je aan de andere zijde van de snede een heel klein randje kunt voelen. Dat wordt de braam genoemd.

Daarna moet je de andere kant slijpen en uiteindelijk die braam weer netjes verwijderen.

Pas dan krijg je een goede snede.

Dus ook bij een HORL blijft het principe:

slijpen → braam vormen → andere zijde slijpen → braam verwijderen → snede verfijnen.

De magnetische houder zorgt ervoor dat je hoek constant blijft.

Hij vertelt je alleen niet wanneer je klaar bent.

En dan begint het kopen…

Hier moest ik tijdens het lezen van gebruikerservaringen een beetje om lachen.

Je koopt een HORL omdat je een eenvoudig systeem wilt.

HORL op het aanrecht.

Mes ertegen.

Rollen.

Klaar.

Maar vervolgens kom je gebruikers tegen die extra slijpschijven kopen.

Een fijnere schijf.

Nog een fijnere schijf.

Een leren strop.

Polijstmiddelen.

En voor je het weet heb je van het eenvoudige alternatief voor wetstenen alsnog een compleet slijpsysteem gemaakt.

Dat hoeft natuurlijk niet.

Voor normale keukenmessen kan de standaarduitvoering voldoende zijn.

Maar het is wel iets om rekening mee te houden wanneer je de aanschafprijs vergelijkt met andere slijpmethoden.

Goedkoop is hij namelijk niet

En dat was vooraf mijn grootste twijfel.

We hebben het tenslotte over serieus geld voor een messenslijper.

Voor veel minder geld kun je een goede wetsteen kopen.

Alleen is dat misschien ook geen eerlijke vergelijking.

Een wetsteen is goedkoper, maar vraagt meer techniek.

Bij de HORL betaal je niet alleen voor een slijpoppervlak.

Je betaalt vooral voor:

gemak + een vaste hoek + een mooi en degelijk systeem.

En dat was uiteindelijk ook een van de redenen waarom ik hem toch heb aangeschaft.

Is een wetsteen dan beter?

Technisch gezien kun je met goede wetstenen fantastische resultaten behalen.

Waarschijnlijk zelfs betere resultaten dan met een standaard HORL.

Maar daar staat iets tegenover.

Je moet leren slijpen.

Je moet de juiste hoek leren aanhouden.

Je moet begrijpen wanneer je voldoende materiaal hebt verwijderd.

Je moet leren ontbramen.

En je moet bereid zijn daar tijd in te steken.

Voor iemand die messenslijpen interessant vindt, is dat waarschijnlijk juist leuk.

Voor iemand die gewoon op dinsdagavond een ui wil snijden zonder dat het mes er vanaf glijdt, ligt dat anders.

Daar zit volgens mij precies de doelgroep van HORL.

En waarschijnlijk behoor ik daar zelf ook toe.

En mijn oude IKEA-slijper dan?

Daarmee wordt het verschil eigenlijk nog duidelijker.

Een eenvoudige doortrekslijper is snel.

Mes erin.

Een paar keer trekken.

Klaar.

Maar je hebt veel minder controle over wat er precies met de snede gebeurt.

Afhankelijk van het type slijper kan zo’n systeem relatief agressief materiaal verwijderen. Voor goedkope keukenmessen hoeft dat niet meteen een ramp te zijn, maar bij goede messen wil ik inmiddels liever iets meer controle.

En dat is precies waarom ik überhaupt naar de HORL ben gaan kijken.

Ik wil niet per se professioneel messen leren slijpen.

Ik wil wel beter met mijn messen omgaan.

Dat is iets anders.

Dus: is de HORL onzin?

Nee.

Na het lezen van heel veel gebruikerservaringen vind ik dat eigenlijk een te gemakkelijke conclusie.

De HORL is geen apparaat dat alleen dankzij slimme Instagram-reclame bestaat.

Het slijpsysteem werkt daadwerkelijk.

De vaste hoek is slim.

De constructie is eenvoudig.

En veel gebruikers krijgen hun keukenmessen er prima scherp mee.

Maar de marketing maakt het soms eenvoudiger dan het in werkelijkheid is.

Je moet nog steeds begrijpen wat een slijphoek is.

Je moet weten wat een braam is.

Je moet rekening houden met de vorm van je mes.

En bij bijzondere of dure messen moet je niet zomaar aannemen dat 15 of 20 graden automatisch de juiste keuze is.

Waarom ik hem uiteindelijk toch heb gekocht

Na alles wat ik had gelezen, bleef voor mij eigenlijk één belangrijke vraag over.

Niet:

kan de HORL messen slijpen?

Dat kan hij.

Maar:

is het gemak mij de aanschafprijs waard?

Mijn messen waren bot, mijn IKEA-slijper voldeed niet meer en ik wilde een betere methode zonder dat ik eerst het slijpen op wetstenen volledig hoef te leren.

Daarom heb ik uiteindelijk de HORL 3 Walnut HO3N-SET messenslijper in walnoothout aangeschaft.

Niet omdat ik verwacht dat het een magische rol is waarmee ieder mes na tien bewegingen vlijmscherp wordt.

Juist niet.

Na het lezen van alle gebruikerservaringen weet ik inmiddels dat er nog steeds een stukje techniek bij komt kijken.

Maar als de HORL ervoor zorgt dat ik mijn keukenmessen gemakkelijker en consequenter goed scherp kan houden, dan heeft hij voor mij precies gedaan waarvoor ik hem gekocht heb.

En nu zelf testen

En daar wordt het eigenlijk pas interessant.

Tot dit punt is mijn oordeel voornamelijk gebaseerd op ervaringen van andere gebruikers en mijn reden om de HORL 3 aan te schaffen.

Nu ligt hij hier zelf.

De volgende stap is daarom simpel:

mijn eigen messen slijpen.

Niet één mes even vijf minuten slijpen en vervolgens enthousiast roepen dat het geweldig is.

Ik wil hem een tijdje daadwerkelijk gebruiken.

Mijn koksmes.

Kleinere messen.

Messen die behoorlijk bot zijn geworden.

En vooral kijken hoe lang ze scherp blijven en hoeveel moeite het kost om ze daarna opnieuw bij te slijpen.

Dan kan ik uiteindelijk pas zeggen of mijn HORL 3 zijn geld daadwerkelijk waard is.

Mijn conclusie tot nu toe

  • De HORL slijpt daadwerkelijk.
  • Het grootste voordeel is de vaste slijphoek.
  • Voor gewone keukenmessen zijn veel gebruikers positief.
  • Het systeem heeft een veel kleinere leercurve dan traditionele wetstenen.
  • De punt en sterk gebogen delen van een mes vragen extra aandacht.
  • Kleine messen kunnen lastiger zijn.
  • Bij Japanse en andere hoogwaardige messen moet je eerst weten welke slijphoek geschikt is.
  • Een HORL maakt kennis van slijpen niet volledig overbodig.
  • Met extra schijven en een leren strop kun je verder verfijnen, maar daarmee lopen de kosten ook op.
  • Ervaren messenslijpers kunnen met wetstenen een beter resultaat bereiken.
  • Voor iemand die vooral gemak wil, zit daar juist de kracht van het systeem.
  • Ik heb daarom gekozen voor de HORL 3 Walnut HO3N-SET in walnoothout.

Misschien is dat uiteindelijk wel de beste omschrijving van de HORL:

geen wondermiddel, geen onzin, maar een slimme en behoorlijk dure manier om een lastig klusje een stuk eenvoudiger te maken.

Of ik daar na een paar maanden gebruik nog steeds zo over denk?

Dat ga ik vanzelf ontdekken.